Heuden (Huiden)
door Ruud Meijns
Er gaat al heel lang een verhaaltje rond dat oude woningen in Zaandam gebouwd zouden zijn op koeienhuiden, of op huiden in het algemeen. Dat is een groot misverstand. Het misverstand werd ook wel uitgelegd als zou het van heien naar huiden zijn gegaan in het taalgebruik, maar dat is wel erg ver gezocht.
Stel je eens voor waar al die huiden, als we het over koeienhuiden hebben, waar al die huiden vandaan zouden moeten komen. Daar viel niet tegenop te slachten.
Henk Roovers schrijft in het boek ‘Onvoltooid Verleden’ op blz. 60 over de bouw van schepen: ‘Bij het timmeren van de dekken moest rekening gehouden worden met de plaatsing van de masten. Het aanbrengen van de buitenhuid leverde vooral bij fluitschepen nog wel eens moeilijkheden op’. Hij heeft het over de buitenhuid van een schip.
Op deze foto van Wim de Jong van de opgraving van de oude scheepswerf aan de Hogendijk in 1999, zien we een helling met daarop allerlei planken. Makkelijk om op te lopen want dan zak je niet weg in de bagger. Wat je hier ziet liggen zijn stukken van een scheepshuid die ofwel gebroken, beschadigd en om wat voor reden niet meer gebruikt kunnen worden om als scheepshuid te dienen die nu als ondergrond zeer geschikt zijn.
Bij het bouwen van huizen in een drassige ondergrond, in een periode dat er nog niet of onvoldoende werd geheid, gebruikte men huidplaten uit de scheepsbouw die in de 18e en 19e eeuw nog voldoende aanwezig waren, als ondergrond voor lichte houten huizenbouw. Die stukken scheepshuid werden dan op de korte paaltjes gelegd.
Er is ook nog het verhaal dat Wim en Henk samen opliepen en bij stratenmakers kwamen. Wim vroeg aan de werker ‘hoe noemen jullie die platen’, wijzend op de rijplaten, ‘Heuden’, zei de Zaanse stratenmaker. Stalen rijplaten worden dus ook wel huiden genoemd.
Het verhaaltje dat er vroeger op koeienhuiden werd gebouwd kan bij deze de prullenmand in. Want de eerste (koeien)huid onder een fundering moet nog gevonden worden.