Autobusdienst – de wilde jaren
door Ruud Meijns
Vervoer van personen is al heel oud en vaste diensten van A naar B waren ook niet nieuw, maar een autobusdienst was wel nieuw. In 1922 begon het op Eerste Paasdag, 16 april in de Zaanstreek met een autobus van Zaandam naar Krommenie door de heer Reymerink uit de Leo XIII-straat in Zaandam. Hij had zelf een autobus in elkaar gezet op basis van een ‘Dürkopp’ chassis (zie tekening), eenhouten keet met enkele luchtgaatjes. Hij werd een maand later gevolgd door de heer H.C. Bethlem, die met de kennis die hij in de Verenigde Staten had opgedaan, een eigen autobusdienst begon.
Zes maanden later verkocht hij Omnibusmaatschappij Zaanland omdat hij weer naar de V.S. vertrok. Het jaar 1922 liet de geboorte van diverse maatschappijen zien die allemaal een busdienst wilden exploiteren. De EWAC (Eerste Wormerveerse Autocentrale) reed met een T-Ford tussen Zaandam en Krommenie. Volgden de BO.CO Bus, Gesink&Terwey, De Janneman, Fonteyn, N. Voort, Kaat en Wezel, N. Zwart, J. Worgdrager, J. Veen met VODO.
Voor “Zaanland” reden genoeg om aan B&W van Zaandam het verzoek te richten ‘dat in de chaos van omnibus diensten eenige regelmaat wordt gebracht’. In 1924 reden er wel veertig verschillende busdiensten die elkaar fel beconcurreerden.
Enkele van de voornoemde kleine diensten sloten zich aanéén in Maatschappij tot het Exploiteren van Autobusdiensten (MEA).
Het materiaal was in vele gevallen nog krakkemikkig, maar ook de wegen waren bepaald niet optimaal in die dagen. Ondernemingen hadden veel last van lekke banden omdat het wegdek op sommige plekken nog vol steenslag lag. Een lekke band gooide de hele dienstregeling in de war. Het wegennet gaf nog andere problemen zoals de foto laat zien. De wegen waren nog niet breed genoeg voor twee auto’s naast elkaar. Op de Noorder IJ- en Zeedijk gaf een tegenligger al snel problemen zoals op deze foto links, uit 1924 laat zien.

Bethlem’s Autodienst opgesteld op de Dam, 1926
Provinciale Staten gaven in 1927 voor diensten boven het Noordzeekanaal ruim 10 vergunningen af aan diverse firma’s met elk een eigen dienst. Dat liep van Beverwijk tot Purmerend en de Zaanstreek hoorde daarbij. De capaciteit van de bussen liep tot 25 zitplaatsen met 5 staanplaatsen. De M.E.A. reed o.a. met twee G.M.C.’s (General Motors Company (foto). Om de busdiensten een wat eenduidiger aanzien te geven werd door de Provincie de bepaling opgenomen dat de busdiensten bij aanschaf van nieuwe bussen de diensten hetzelfde materiaal moesten kopen.
De concurrentie was gigantisch en om er boven uit te steken in dienstverlening, ging men soms wel wat ver.
Men probeerde elkaar van de weg te rijden of liet ‘wilde’ bussen tussentijds langs de haltes gaan om passagiers op te pikken die op de ‘legale’ onderneming stonden te wachten.Of voor een concurrent gaan staan en dan even achteruit tegen de aanzetslinger die, als die krom was, ze de wagen niet meer konden aanslingeren. Auto’s in die tijd nog met een slinger aan de voorkant gestart. Om de bus zonder slinger weer aan de gang te krijgen moesten de passagiers een duwtje geven om de bus op de motor te starten.
In Oostzaan reed vanaf 1921 de Eerste Noord-Hollandsche Bus Onderneming (ENHABO) op verschillende trajecten o.a. op Amsterdam en Purmerend. Deze onderneming wordt later belangrijk voor de Zaanstreek.
Bij bijzondere evenementen met veel publiek zoals een kermis, waren er natuurlijk kapers op de kust. Zo vraagt de heer Lenselink voor zijn Autobusdienst vergunning aan voor een standplaats tijdens de kermis. Later blijkt uit een klacht dat naast de reguliere maatschappijen ook de N.V. Amsteldijk er een bus had neergezet en passagiers meenam, terwijl de politie stond toe te kijken schreven de klagende maatschappijen.
In 1926 reden er op de lijn Zaandam – Krommenie twee maatschappijen. Dat waren de N.V. Zaanland en de N.V. MEA. Zaanland zorgde ook voor een dienst Zaandam-Westzaan-Koog aan de Zaan v.v. In 1927 komt het met de MEA en Zaanland tot een gecombineerde dienst Zaandam – Krommenie waarbij men gelijke tarieven hanteert. Het hele traject bestaat uit vijf en dertig haltes. Hier een MEA-bus op weg naar Zaandam bij de tol in Zaandijk. Op de achtergrond Crok & Laan.
In de hevige concurrentie gaan vele ten onder of worden overgenomen door Zaanland of de MEA. En toch proberen andere ondernemers in de open gevallen gaten een dienst op te zetten.
Onrust uit Oostzaan krijgt een OK van de Provincie om een dienst Zaandam – Amsterdam op te zetten.De MEA vraagt in dezelfde periode voor hetzelfde traject ook een vergunning aan. Bewoners van de Havenbuurt vroegen in een ingezonden brief of er misschien iemand een dienst op de Haven zou willen organiseren. Toen het bij de laatste kermis begon te regenen was er geen bus die hen naar huis kon brengen. Men begon het gemak van het openbaar vervoer te waarderen.
Een M.E.A. bus bij het eindpunt in Krommenie, 1928 met de heren Gruis en Visser
Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werd er een bezinebeperking ingesteld waardoor het busvervoer stil kwam te liggen. Hiermee komen we aan het eind van de ‘Wilde jaren’.