De Prins Hendrikkade

door Simon Greve

De Zuiddijk was de vroegere zeedijk. Die dijk hield de Zaan buiten de polders van Oost-Zaandam. Een Zaan die destijds nog eb en vloed kende want er bestond nog een open verbinding naar de Zuiderzee die pas verdween toen het Noordzeekanaal werd aangelegd. Het waterpeil kon wel een meter verschillen tussen eb en vloed.

Toch ligt de Zuiddijk nu niet meer direct aan de Zaan. Er ligt immers een hele woonwijk tussen de Zaan en de Zuiddijk tegenwoordig. Met direct tegen de Zaan aan nu de Prins Hendrikkade.

Voor de aanleg van het Noordzeekanaal was de Voorzaan veel minder ingekaderd dan nu. Wij zijn gewend aan strakke oevers met beschoeiing, destijds was dat nog anders. De Zaan had brede, flauwe oevers met veel riet en slik, zeker bij de monding in het IJ. Dat toen nog enorm breed was. De breedte van de Zaan wisselde ook meer dan nu. De Zaan had brak water. Veel molens stonden er nog langs de Zaan, want de stoommachine was er al wel maar werd nog niet breed gebruikt. Er waren veel insteekhaventjes om de producten van de molens af te voeren en de grondstoffen aan te voeren.

Langs de Zuiddijk was destijds een strook grond die buitendijks was, maar vaak droog viel. En in de Zaan lag toen ook buitendijkse grond dat later, na de doorgraving, het eiland zou worden. Ter illustratie van de Zaan-oever destijds, een foto van het begin van wat de Havenbuurt zou worden. Op de achtergrond de Hogendijk.

Toen door de aanleg van de Oranjesluizen in het Noordzeekanaal in 1876 eb en vloed niet langer bestond in de Zaan, bood dat nieuwe mogelijkheden. Bovendien lag de Noordzee nu veel dichterbij, want bij IJmuiden waren er nu ook sluizen. Zeeschepen konden via het Noordzeekanaal langs de Zaan varen. Maar de gemeente wilde graag dat ze ook aan konden leggen. Na enige strijd met Amsterdam geschiedde dat ook. De Zaan werd uitgediept om Zaandam een haven te geven die geschikt was voor grote schepen. Daarbij werd de strook grond die buitendijks tegen de Zuiddijk aan lag, opgehoogd en voorzien van een dijk en beschoeiing. Daarmee was de strook grond na enige tijd ook geschikt voor woningbouw en bijvoorbeeld het Vissershop ligt op deze grond. De Zuiddijk was daarmee niet langer een zeedijk, de Hanepadsluis niet langer een zeesluis. Veel woningen op deze strook grond dateren dan ook van de periode 1887-1920.

De Prins Hendrikkade vormde de nieuwe dijk langs de Zaan. Opvallend is dat in het oudere gedeelte de huizen allemaal anders lijken. De huizenrij vormt een heel afwisselend schouwspel met pareltjes, maar ook met dertien in een dozijn huizen. Een paar van deze pareltjes laat ik hier de revue passeren.

Allereerst zijn daar nummer 67 en 68. zie foto met rechts nummer 67 en 68 en links 65 en 66.

Duidelijk een tweelingpand, gespiegeld. Het geheel valt op door de hoogte en de versiering op de panden. Waar de meeste panden aan de kade één bouwlaag en een kap hebben hebben deze panden twee bouwlagen en een kap. Daarnaast is de versiering in de vorm van rijen stenen boven de ramen en vooral de versiering van de dakuitbouwen opvallend.

De panden dateren van 1908, dus 20 jaar na de eerste bebouwing aan de kade.

Een geoefend waarnemer zal de gelijkenis tussen beide panden opgevallen zijn. En dat klopt, ze zijn destijds tegelijk aangevraagd en neergezet als vier woonhuizen met bovenhuis. Daarbij is 67/68 nog origineel en 66/65 later aangepast. Zie ter illustratie een foto uit 1910, waarbij de eerste twee huizen nummer 69 en 70 zijn. Maar daarna volgen 68 t/m 65.

Opmerkelijk is nog dat de aanvrager, aannemer C. Kater, het volgende vraagt in de aanvraag voor een bouwvergunning:

Geen trap van eikenhout dus, zoals destijds voorgeschreven, maar vurenhout omdat er al een nooduitgang was. Een stuk goedkoper. Niet afgebeeld: er werd ook gevraagd om meteen WC’s te mogen aanleggen en die aan te sluiten op het riool. Dat werd niet toegestaan, de WC’s werden pas in 1930 aangelegd.

 

Iets verderop vallen nummer 62 en nummer 63 op. Samen in 1908 opgenomen in ėén bouwaanvraag, ondertekend door Dhr. Fris. Nummer 63 valt op door een soort van kantelen bovenop het bakstenen huis alsof de inspiratie van de architect komt van een oud kasteel. Daarnaast heeft het een erker met daarbovenop een opvallende balustrade. Nummer 62 kenmerkt zich juist door een opvallend modernere bouw dan de omringende huizen. Hoe zit dat?

De bouwvergunningen bieden uitkomst. Beide huizen dateren van 1908 en waren oorspronkelijk elkaars spiegelbeeld. Zie onderstaande afbeelding. Maar aan nummer 62 is in de jaren vijftig veel veranderd, terwijl nummer 63 nog behoorlijk origineel is. Wat bij nummer 63 wel veranderd is zijn de ramen. Vroeger zag je boven in het raam vaak een strook met sierglas, die ontbreekt nu.

De nieuwe situatie ziet er in de bouwtekening zo (onderstaand) uit waarbij nummer 62 in het midden staat. Nummer 63 staat rechts en we zien dat dat deel nog geheel intact is. Maar nummer 62 is helaas onherkenbaar veranderd. Helaas, want als setje vormde het een zeer fraai geheel.

hdr

Op nummer 62 heeft nog enige tijd Dhr. Kliffen gewoond. Deze man was in de jaren dertig zeer actief in de ‘bond voor thuiszittende ouden van dagen’. En hij probeerde om deze thuiszitters het huis uit te krijgen via een autorit. Wat in die tijd nog best een belevenis zal zijn geweest, lang niet iedereen had immers een auto.

De aanvrager van de bouwvergunning, Dhr. Fris, ging zelf op nummer 63 wonen. En tot na de oorlog woonden er nog nazaten van hem in de woning.

Verderop richting het centrum van Zaandam vinden we nummer 46 tot en met 43. Gebouwd als dubbele woonhuizen, nu samengevoegd. Staand voor deze panden valt direct op dat deze panden allemaal geen voordeur hebben. Dat kwam vroeger vaker voor, bijvoorbeeld in de Vinkenstraat stonden tot voor kort panden die zo gebouwd waren. De bewoners gebruikten dus de achteringang en de bewoners van het linkerpand moesten vroeger dus recht van overpad verlenen aan de bewoners in het pand daarnaast. Want nummer 47 staat zo dichtbij dat op die manier men niet achterom kon komen. Zie foto:

Deze panden zonder voordeur aan de Prins Hendrikkade dateren allemaal uit 1887 en vormen de oudste panden aan de Prins Hendrikkade. Mogelijk komt dat omdat ze tegen het Kattegat aangebouwd zijn. Een straat die hoger ligt dan de omgeving en ook een stuk ouder is dan de huizen en straten in de omgeving. Vroeger, al honderden jaren, stak deze straat als een soort van dijk de Zaan in om het tegenwoordige eiland te bereiken. Nu is de straat doorgraven. Maar de oudste huizen van de Prins Hendrikkade liggen tegen deze oeroude dijk aan. Omdat de naam Prins Hendrikkade  door de gemeenteraad pas op 13 oktober 1892 gegeven werd aan de kade waren de adressen toen nog aan het Kattegat. Bovendien was de Prins Hendrikkade toen nog slecht bestraat en slecht verlicht, bewoners klaagden daarover.

In de muur van Prins Hendrikkade 46 zien we een gevelsteen met de naam van Anna Elisabeth Gnodde. Prins Hendrikkade 46 is gebouwd in 1886 als 2 woningen in opdracht van dhr Jb Hoorn, koffiehuishouder. Het adres was toen nog Kattegat A174 en A175 Dhr. Hoorn ging wonen op A174

Op Kattegat A175 woonde Jan Gnodde uit Lemmer, van beroep Scheepslosser, en Immetje Blees uit Zaandam. Zij huwden op 24 mei 1885. Anna Elisabeth werd geboren op 8 april 1886 in Landsmeer. De steen werd gelegd op 13 augustus 1886. We mogen ons dus afvragen hoe actief Anna deze steen gelegd heeft.

Wilt u meer weten over de Prins Hendrikkade? Dan kan dat, er is een erg leuk boekje over verschenen. Mogelijk is dat nog verkrijgbaar of tweedehands te vinden: zie artikel Geschiedenis van de Prins Hendrikkade’ op https://www.historisch-zaandam.nl

Illustraties: Gemeentearchief Zaanstad, auteur. Met dank aan Jolanda Hendriks voor het bouwonderzoek.