Herbergen en Logementen in de Zaanstreek

door Henk Smit, geboren 1884 (geschreven rond 1940)

In de loop der jaren, in goede en slechte tijden hebben meerdere koffiehuizen en logementen in de Zaanse omgeving gefloreerd en gekwijnd naar gelang van de omstandigheden.

Om ons enigszins te oriënteren waar deze zaken gevestigd zijn geweest, begeven we ons allereerst naar de Dam aan de westelijke zijde en beschouwen deze staande naast de toegang tot het Dampad in de richting van de Kleine Sluis, die in vroeger jaren echter de Grote Sluis heeft geheten.

Op de hoek van de Dam – Damstraat, waarin thans een sigarenwinkel is gevestigd, woonde een eeuw geleden – omtrent 1840 – de heelmeester Jan Cloots.

Daarnaast – in de tegenwoordige winkel van Verkade’s artikelen – was de apotheek gevestigd van Rembach.

In het derde perceel had P. Vergouw zijn broodbakkerij en daar weer naast stond het vanouds bekende logement De Drie Zwanen. Een zeer oude zaak! Immers reeds in het jaar 1667 was Michiel Cornelis Kalff eigenaar van het logement De Drie Swaenen, hetzelve verhurende of verpachtende aan Jan Pieterszoon die dus de herbergier was (Jan Pieterszoon Stokvis, 1676).

Dam, 1900. Bakkerswinkel, W. Perk ijzerhandel, Het Wapen van Amsterdam, wachtlokaal Packet en rechts Café –  Suisse – Restaurant GAZ 22-19932

Hendrik Benthuizen is anno 1719 de logementhouder tevens eigenaar. Dirk Gorter kocht in 1825 De Drie Swaenen van de erven Jan van der Spek. Doch aangezien Gorter reeds enkele jaren later daarna stierf, verkocht zijn weduwe Catharina van Steenderen, het logement in publieke veiling aan Cornelis Eijdenberg in het jaar 1828 ten wiens naam de zaak vele jaren heeft bestaan. In 1862, dus 34 jaar later wordt Jan Rudolph Kemper in publieke veiling koper van De Drie Swaenen, eigenaresse is dan Neeltje Gorter, weduwe van Corn. Eijdenberg.

Niet lang zou Kemper het perceel behouden want reeds in het jaar daarop, 1863 werd een einde gemaakt aan het eeuwenoude bestaan van dit eenmaal beroemde en belangrijke logement en koffiehuis door de verkoop aan Willem Perk, die het perceel liet ombouwen tot een winkel voor  ijzerwaren. Vlak voor de winkel van Perk, dus tegenover de Drie Zwanen, was eenmaal de steiger voor de veerboot naar Amsterdam; De Martelaar. Men denke zich in dat daar alles nog water was, begrensd door de Dam en de Hogendijk en in mijn jeugdjaren lag het daar nog vol van schepen: een bos van masten!

De Dam, 1900, De oude havenkom, rechts van het midden de accijnshuisjes en de sluis.- GAZ 41.07485

Naast de Drie Zwanen was eveneens een koffiehuis genaamd Het Wapen van Amsterdam, eigenaar J.C. van Steenderen in 1828, in 1841 was het Schoenberg. Dit perceel was nog niet oud: Hein Hondius die kastelein was geweest in het Heerenhuis te Wijde Wormer, heeft dit op de helft van de 19e eeuw laten verbouwen en het bestaat nog, hoewel het na de verschrikkelijke brand van juli 1911 die een tiental huizen in de as legde, geheel nieuw werd opgebouwd.  Het Wapen van Amsterdam bestaat nog steeds als café-restaurant en koffiehuis terwijl de publieke veilingen meestal daar worden gehouden (tot 1942).

Het wederom daarnaast gelegen perceel was toen ter tijd eveneens een oude befaamde zaak, namelijk het logement De Otter. Uit notities van veilingen die in deze herberg gehouden zijn  – en dat waren er niet weinige, blijkt dat de De Otter reeds in 1692 bestond. Hoeveel molens zullen er niet in deze herberg geveild zijn, vooral op het midden van de 18e eeuw en in de Franse tijd toen in die voor de Zaanse molens zo slechte tijd tientallen molens een roemloos einde vonden door de handen van slopers die ze voor een appel en een ei in De Otter op de veiling hadden gekocht. Omtrent het jaar 1825 was Lobherr en rondom 1840 was Jan Vergouw herbergier in De Otter.

Een particulier Gerrit Jong,  bewoonde het daarnaast gelegen pand en tenslotte was het laatste huis voor de Sluis ingericht als loge “Anna Paulowna”, dat werd in latere tijd het alle oudere Zaankanters welbekende café-restaurant Suisse en staat nog in zijn oorspronkelijke vorm, doch thans in gebruik als gemeentelijke instelling.

In het jaar 1656 was blijkens een notitie over veiling van een molen, Claes Jut kastelein in de herberg De Hollandsche Tuin te Zardam, doch op welke plek deze was gevestigd is me tot heden nog niet gebleken. Naschrift: de herberg de Hollandsche Tuin was op de Dam, kastelein in 1662 was Jan Pieterz. Kaer, in 1656 Claes Jut.

In mijn jongensjaren had de stoombootdienst Alkmaar Packet voor de dienst Zaandam – Amsterdam een aanlegsteiger aan de Zuiddijk ter hoogte van de tegenwoordige brug over de Grote Sluis en daarnaast was gevestigd een geheel van hout opgetrokken koffiehuis, genaamd De Beurs, kastelein Labohm.

Van voren was een terrasvormige opgang over de hele breedte van het grote gebouw, alles van hout, met vier of vijf treden opwaarts kwam men in de zalen van het koffiehuis hetwelk in het bijzonder met de kermisdagen overvol was met bezoekers. Ten tijde van de nieuwe sluisbouw is dit café verdwenen door brand op 14 augustus 1910.

Ten zuiden van het stadhuis, op de Burcht, bevond zich in diezelfde tijd, de eveneens in de kermisweek goed florerende Nieuwe Stadsherberg, thans ook alweer meer dan dertig jaar geleden verdwenen. Deze geheel van hout gebouwde herberg, die meer dan twee eeuwen heeft bestaan, bracht in 1903 f 1.000,– op voor afbraak.

Op de Koog bestond reeds in 1670 de herberg De Prins die in de patriottentijd, 1795, van naam wisselde wegens veranderde politieke omstandigheden en voortaan De Waakzaamheid heette, een zaak welke op heden nog bestaat. In 1670 was kastelein Jan van Bergen.

 

Koog ad Zaan, de Waakzaamheid, 1900-GAZ 25.101.06091

 

De herberg de Witte Swaen te Zaandijk wordt in veilingsoorkonden reeds genoemd in 1679. Een zekere Geertruy van Maanen wordt genoemd als herbergierster in het jaar 1734. Met de feestelijkheden ter gelegenheid van de onafhankelijkheidsfeesten in 1913, die op Zaandijk nog met luister werden gevierd, werd meteen de levensduur van deze oude zaak afgesneden want kort daarna werd het gebouw verkocht en ingericht als cacaofabriek.

De Jonge Prins te Wormerveer heeft het langer volgehouden. Deze herberg op de hoek van de Zaanweg en de Markstraat bestond ook al reeds in het jaar 1680 en bestaat op de dag van heden nog.

En als zovele molens kunnen verschillende Zaanse herbergen dus bogen op een eeuwenoude staat van dienst.

De herberg De Oude Prins te West-Zaandam heette in de Franse tijd: De Eendracht.

De herberg De Prins te Westzaan heette De Bataaf en De Prins te Wormerveer werd herdoopt in: De Vrijheid.