Jan Thijszoon Thuysing

door Ruud Meijns

Ik begeef me op een grensgebied, letterlijk en figuurlijk. Als ik op de zuidkant van de Mallegatsluis sta en kijk naar de overkant dan is dat Koog aan de Zaan. Op de noordkant van de Mallegatsloot stond vroeger een mooi houten huis.  Dat huis herinner ik me vooral door de grote reclames die er tegenaan hingen. Ja, het is het grondgebied van de Koog, maar het volgende verhaal gaat over een bewoner van dat huis Jan Thijsz. Thuysingh veel met Zaandam van doen had. Zijn naam werd ook wel zonder h aan het eind werd geschreven; Thuysing.

Het huis bij de Mallegatsluis is een winkelhuis en van oudsher bekend als het ‘Lagerhuis’. Over de naam ‘het Lagerhuis’ valt het volgende te zeggen. Koog  had één vroedschap ( een burgemeester). Omdat men vond dat dit te weinig solide was, vroeg men om inrichting van een hulpbestuur bestaande uit 7 of 8 der rijksten uit het dorp. Die toestemming kwam er en al snel sprak men in het dorp van parlement die vergaderden in ‘Het Lagerhuis’. U weet hoe dat gaat bijnamen: zijn snel bedacht.

Mallegatsloot en sluis met het huis van Thuysingh

Er zijn ook rijmpjes waarin de naam van Jan Thijszoon Thuysingh voorkomt  en dat gaat bijvoorbeeld als volgt:

Als Jan Thijsse turf trapt,

Dan gaan z’n beentjes klapperdeklap,

Klapperdeklap Jan Thijssen

Wupperde wup Jan Thijssen

Jan Thijszoon Thuysingh was zijn vader opgevolgd als kruidenier, herbergier en handelaar in wijn en gedistilleerd. In de personele quotisatie staat hij vermeld als kruidenier maar hij was ook wijnkoper. Daarnaast was het een herberg. Bovendien was hij ook diaken van de Evangelisch Lutherse kerk te Zaandam.

Jan Thijsz. Thuysingh was in 1706 geboren en besloot op 6 mei 1762 zijn testament te maken. Hij overleed op 24 oktober 1774 en aansluitend verzocht notaris Simon Jongewaard uit Westzaan de executeurs testamentair en getuigen op zijn kantoor te komen om getuige te zijn bij het openen van het testament. In het testament verklaarde Jan Thijssen Thuysingh tot universele erfgenaam te benoemen het Lutherse weeshuis te Westzaandam.

 

Het weeshuis met bewoners in 1861

 

De notaris begon met het voorlezen van legaten aan bepaalde personen. Een ander punt was het ‘medaille kabinet’ dat aan Ernst Ebmeyer uit Oostzaan werd nagelaten plus een som van 6000 gulden. Bij het overlijden van Ebmeyer moest het kabinet overgedragen worden aan de Lutherse kerk te Westzaandam.

Als executeurs van het testament werden 6 personen aangesteld, inclusief de notaris. Zij moeten de boedel aanvaarden en alle goederen publiekelijk verkopen. Zij moeten ook zorgen dat de schulden die nog uitstaan aan de erven betaald worden. Als de boedel verkocht is moeten de executeurs de gelden beleggen in obligaties op ’t gemene land van Holland en West-Friesland. Van alles wat onverkocht is moeten twee inventarissen worden gemaakt waarvan er één bij de regering van Westzaandam zal worden ondergebracht.

De dorpsregering zal voor haar zorgen 50 gulden ontvangen. De executeurs zullen rekening en verantwoording moeten afleggen aan de grote kerkenraad van de Lutherse kerk waarvoor zij elk 100 gulden zullen genieten.

De weesvaders of bestierders moeten de renten besteden voor de helft voor het onderhoud van de weeskinderen en de andere helft ten behoeve van de ‘Huissittende arme leedematen van de kerk’. Alle weeskinderen en tot de Lutherse kerk gemeente behorende kinderen zullen bij het verlaten van het huis en de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt de som van 100 gulden ontvangen.

De kerkenraad van de Lutherse gemeente te Zaandam was uiteraard zeer dankbaar voor de erfenis en heeft dit getoond door een monument of gedenktafel voor hem op te richten. Het is uitgevoerd in wit marmer en gevat ineen zwart marmeren lijst.

Aan weerskanten van Jan Thijsse Thuysingh’s beeltenis is een nis, waarin de Symbolische figuren van barmhartigheid en dankbaarheid zijn afgebeeld. Als verklaring voor het geheel is een rijm opgesteld:

Mildadigheid, ons in Jan Tuysing afgebeeld,

Wijst arme en wees tot God en deelt hen Gods geschenken.

Thans klimt de zon der Hoop, die hen verlicht en streelt,

Zij dragen ’t Reukwerk bij daar ze aan gift gedenken.

Erkentnis offert Hem, terwijl Barmhartigheid

Met dankbetuiging, beide Nissen zijn geweid,

Zal Luthers wapen dit Tafereel ten Schild verstrekken,

Om door dit voorbeeld elk tot weldoen op te wekken.

 

 Overleden den 24 Oct. 1773. Oud 67 jaar, 10 maande” –

Thuysingh zou ook hebben bepaald dat er jaarlijks een maaltijd ter zijner ere gehouden moest worden. Daar is in het testament geen sprake van. Maar normaal gesproken was er aan  de jaarlijkse grote kerkenraad een maaltijd verbonden zodat die vanaf het moment van schenking in zijn naam werd gehouden.

Door de erfenis was het nu mogelijk voor de kerkenraad om te bepalen dat:

– om voortaan voor de weesen niet meer te collecteeren

 – om onze leeden voortaan niet meer van ’t armhuis – burgerlijk – te doen    genieten

– om de noodig zijnde gelden uit der armen kas te verschieten”.

Een tijdgenoot van Jan Thijssen Tuysingh was Aafje Gijsen die in haar ‘dagverhaal’  op 18 januari 1774 het volgende schrijft: Voordemiddag ging ik met myn moeder met de vrouw van neef Klyndert en de vrouw van Cornelis Cardinaal om de boedel van JanTijse Tuysing te zien. De boedel was zeer gemeen (gewoon) en strekten niet veel tot eer van de overledenen, dewijl het na onse gedagten beeter waaren dat hy zulks goed bij zyn leven aan den armen had gegeven, dan dat het na zyn overlyde voor het oog van zoo veel menschen quamen.’

J.W. van Sante, de bezorger van het dagverhaal van Aafje tekent hierbij aan; Aafje sprak over ‘prullen’ en zij vindt de inboedel maar ‘gewoontjes’. Aafje wist (uiteraard) niet dat hij zijn vermogen, en dat laat zich ruw taxeren op f 180.000,–, vermaakt had aan de Evangelisch Lutherse Gemeente waartoe hij behoorde.

Later, in 1779 is het een voorvader van bovengenoemde van Sante, die een deel van de inboedel opnieuw mag verkopen. Dat vindt plaat in de herberg ‘de Oude Prins’. Een fraaie collectie van munten, medailles, met nog vele andere voorwerpen ‘Alles met veel moeiten en kosten byeen verzameld door wylen den Heer Jan Thys Thuysing en nu laatselyk nagelaten by wylen den heer Klaas van Rossen. Zo gaat dat met verzamelingen.

Bron: Evangelisch Lutherse Kerk 1913, De Zaende 1950 – G.J. Honig