1951

Albert Heijn en de vakbond E.V.C.

door Ruud Meijns

Een staking waarbij naast vakbondseisen ook politieke eisen een rol gaan spelen begint al met een ingewikkelde start. Begin april 1951 zette de directie van Albert Heijn de personeelskern (een vorm van medezeggenschap) buiten werking. In deze kern waren bij Albert Heijn elf plaatsen beschikbaar waarvan er negen door leden van de Eenheids Vakcentrale (E.V.C.)  werden bezet. Daarnaast nog één van de Christelijke en één van de Katholieke bond.[1])

De E.V.C. was sterk gelieerd aan de Communistische Partij Nederland (C.P.N.). En daar begon het te wringen.  De E.V.C mengde stakingseisen met landelijke politiek. Terugkeer van de Kern, loonsverhoging met ‘rampzalige oorlogspolitiek in ons land’. Albert Heijn wilde ervan af omdat men de Kern met de E.V.C., gezien de politieke achtergrond, niet meer vertrouwde. Zeker nadat AH akkoord was gegaan met een loonsverhoging van 5 procent (de CPN wilde 10 procent) en later het gerucht werd verspreid dat de eis geweigerd was. Daarop werd door de E.V.C. een staking uitgeroepen die niet ondersteund werd door de reguliere vakbonden.

 

Gedempte Gracht, Ons Huis. Stakers van Albert Heijn vóór het begin van de stakersvergadering (krantenfoto Zaanlander) Verder lezen