Westzijde 102 – de Ossenkop
door Ruud Meijns
Net als bij Westzijde 108 beginnen we ook dit keer met een reclameplaatje van Verkade. In het midden van de drie huisjes is nummer Westzijde 102. Dat is het perceel met de Ossenkop.
De pandjes zijn al eerder geschilderd door een onbekende schilder die in de tweede helft van de 18e eeuw de “Westzijderol” het licht heeft doen zien. Dezelfde drie huisjes nu midden 18e eeuw.

Dit zijn de huisjes met de huidige huisnummers nr. 108 – 102 – 96
In Blees[1] lezen we dat het pandje 102 in 1733 eigendom was van Cornelis Kleijn die het in twee delen verhuurde. In 1781 gaat het over naar Pieter Kooij die, zo is te lezen in het verpondingsregister voor drie pandjes belasting moet betalen. Kooij is van beroep schoenmaker en heeft er een winkel bij. Hij woont en werkt daar tot zijn overlijden in 1830. Zijn weduwe Gijsje Blijleven zet de zaak voort tot de verkoop aan timmerman Jacob Lakeman in 1839. In 1857 wordt het verkocht aan schoenmaker Cornelis Schipper. Niet veel later, in mei 1866 laat Schipper het geheel veilen en komt het in handen van F.J. Willenborg, de buurman van 108. Deze verhuurt de opstallen o.a. aan viskoper Dirk Broek en van 1874 tot 1924 aan schoenmaker H. Woltering en daarna aan Hendrik Petrus Haleber die er een uitdragerij in vestigt. In 1924 wordt het perceel onbewoonbaar verklaard.
In 102(en 106) had schoenmaker Woltering zijn werkplaats. T. Woudt schrijft daarover in zijn wandeling door Zaandam het volgende: ‘Het zou in de Zaanse Schans stellig niet hebben misstaan met zijn 2-delige deur. Wie over het onderdeurtje leunde, was gelijk uit en thuis, doch de onbekende bezoeker was er meestal niet dadelijk thuis omdat de winkelvloer lager lag dan de stoep en menigeen er daardoor letterlijk binnenviel. Schoenmaker Woltering lapte hier de schoenen en laarzen en toen deze er genoeg van had, maakte Haleber er een uitdragerij van’.
Na weer een veiling in opdracht van makelaar Res uit Castricum wordt het aangekocht door een officier van het Ned. Indisch leger J. Ch. Hubach.
In 1926 werd het houten pandje vervangen door een stenen pand in opdracht van Hubach naar een ontwerp van architect Eilmann.
In het pand is nog een manden- en rieten meubelfabriek ‘Hubach en Zoon’ gevestigd geweest. Het heeft ook nog dienst gedaan als hulppostkantoor.
Daarnaast heeft J. Schenk er nog een periode gebruik van gemaakt als verkoper van meubels en lederwaren.
In 1960 doet J.L. Chang uit Dordrecht bij de gemeente het verzoek om het pand te wijzigen en er een restaurant van te maken. Bij heel Zaandam bekend als het Chinees-Indisch Restaurant ‘Kota Radja’.
De foto is van Luuk Plekker uit 1984.
Illustraties: Gemeentearchief Zaanstad, Luuk Plekker.
Bron: Gemeentearchief Zaanstad, [1] Blees aan de Westzijde, 1883 – 1983
