Zuiddijk – bakker Bouman

door Ruud Meijns

Zuiddijk wijk 1, nr. 110 later A 149 en bij hernummering nr. 169 is tot 1854 in het bezit van Hendrik de Carpentier.

Hij moet het verkopen en het komt in 1845 tot een publieke verkoping. Het pand wordt gekocht door Albert Mul, koopman in houtwaren.

Ook bij hem komt het in 1855 tot een publieke verkoping waarbij het pand overgaat in handen van Frederik Kuyk, zonder beroep die het in 1860 verkoopt aan Cornelis Rogge, opzichter van “De Oude Lijnbaan” die in de buurt van de Lijnbaanstraat heeft gelegen.

Rogge verkoopt het huis voor vijftien honderd gulden aan Dirk Simonszn. Kaan.  De volgende eigenaar is Joris Buys, aanspreker, zoals blijkt uit de koopakte van 1 0ktober 1866. Hij betaalt hiervoor, ook weer op een publieke verkoping, negen honderd gulden. Op 15 december 1874 bieden leden het college van Diakenen van de Nederlands Hervormde Gemeente van Westzaandam het huis aan, op weer een openbare verkoping. Mogelijk is het huis uit de nalatenschap van Buys bij de kerk terecht gekomen. Het huis wordt als volgt omschreven; ‘woonhuis met luchthuis daarachter, erf en verder aanbehoren staande en gelegen te Zaandam, oostzijde aan de Zuiddijk’. Koper is Pieter de Vries molenmaker die er op de veiling een bedrag van duizend vijf en zestig gulden voor moet neertellen.

In 1880 huurt Andries Bouman (1840-1921) het pand van Pieter de Vries junior, molenmaker van ’t  Ameland voor 2,50 per week met recht op koop voor een bedrag van f 1.600,–.

Op 20 maart 1880 krijgt A. Bouman vergunning van de gemeente om het huis A 149 in te richten tot een koek- en banket bakkerij.  Bijzonderheden zijn het plaatsen van een oven met een schoorsteen.                  Andries Bouman

Het recht op koop wordt gelicht en op 19 juli 1892 komen Pieter Pieterszn. de Vries en Andries Bouman bijeen op het kantoor van notaris P. Mul om de akte van verkoop te ondertekenen.

In de jaren 1914 en 1915 worden enkele elektrische machines in de bakkerij geïnstalleerd en in 1920 wordt overgegaan tot het vergroten van de bakkerij. Er wordt aan de achtergevel een stuk aangebouwd.

 

 

In 1920 plaatst men een ijzeren hulpoven met elektromotoren in het gebouwtje achter het huis. Het gebouwtje moet hiervoor wel worden uitgebreid.

Uit de omgeving komen geen bezwaren dus komt er een vergunning.

 

 

Hier is nr. 169 met de aanbouw achter het pand. (En wat een trap!)

 

Op 12 januari 1921 overlijdt de grondlegger Andries Bouman, hij is 80 jaar geworden. Zijn weduwe Arendje Sepp neemt de leiding in handen met zoons Arend en Andries.

Zoon Arend Andrieszn. Bouman koopt in 1921 het pand 165 B op de Zuiddijk van melkslijter Klaas Zwikker. In 1921 volgt een verbouwing en in 1925 wordt er nog een deel bijgebouwd. Bij de verbouwing krijgt het pand een moderner uiterlijk.

In een advertentie eind 1923 vertelt Andries Arendszoon Bouman hoe het zit met de twee zaken. ‘Als je de Zuiddijk opwandelt, krijg je op zeker punt een reclame in het oog waar men leest: “Het van ouds bekende en beste adres”. Dit adres heeft echter voor een paar jaar een kleine wijziging ondergaan. Was het vroeger no. 169, nu is hoofdzakelijk 165b, het adres.

In 1924 bouwt men een serre aan het achterhuis op 165B. In 1934 krijgt nummer 165 een grote metamorfose. Zelfs zo nieuw  dat de gemeente besluit om voor het nieuwe pand een nieuw huisnummer af te geven: 165B wordt 165C.

Iets van die verandering is te zien op een foto uit 1943 waarbij een grote rij mensen die staan te wachten op de verkoop van Taai-Taai waar bakker Bouman kennelijk om bekend stond. Toen was alles op de bon, ook de Taai-Taai? Links op de foto het pand van bakker Bouman nu 165 en rechts daarvan achter het grote reclamebord is 169.

De laatste van de bakkers Bouman is C.W.  (Carel Willem) die het stokje op 165C overneemt. Maar in 1951 stoppen ze er toch mee. Het pand wordt verkocht aan loodgieter Willem Cornelis Scheper.

Alle foto’s: Gemeentearchief Zaanstad.