Historie
Huisje Overzetveer
door Ruud Meijns
Een verhaal komt vaak met een foto, een foto waarbij je denkt ‘waar is dat nou?’.
In dit geval ging het om deze foto uit een krant van 1933. Het bijschrift was, ‘het bekende oude overzettershuisje aan den Kalverringdijk te Zaandam dat voor den oprit der nieuwe Zaanbrug zal moeten verdwijnen’.
De brug waar men hierover spreekt zal de naam krijgen van: de Julianabrug. Op de foto zien we rechts op de achtergrond Zaandijk liggen. Verder lezen
De Hondeman
Een mooi voorbeeld van de overgang van wind naar elektriciteit is de verbouwing, of liever gezegd het inpakken van de pelmolen de Hondeman. De windbrief voor de molen stamt uit 1677.
De molen werd in 1915 gedeeltelijk gesloopt en eromheen werd een fabriek gebouwd – veevoederfabriek de Verwachting van de firma Groot & Co. In het gebouwtje waar de mensen staan stonden de motoren.
In 1951 op 1 februari brak er brand uit en ging de fabriek verloren.
Op de achtergrond staat de Jonge Abraham die na de watersnood van 1916 werd gesloopt.
foto: Vereniging Zaanse Molen
De jeugdherinneringen van Dick Bakker (5/7)
– Deel 5 – De jeugdherinneringen van D.W. Bakker, geboren 15 april 1935, opgetekend in 1970.
De Salonboot
De leukste en voor ons, gezien de afstand, zeker de makkelijkste manier om naar Amsterdam te reizen was de bootdienst van de Alkmaar Pakket, die elk uur vanaf de bootsteiger aan de westkant van de sluis vertrok. De salonboten, zoals wij de boten altijd noemden, waren vrij grote boten verdeeld in diverse compartimenten en klassen. Benedendeks waren de donker gestoffeerde salons met banken waarop je als kind op je knieën zittend door de ramen vlak boven het water kon kijken. Bij harde wind op het Noordzeekanaal en het Y kwamen de groene golven tegen de ramen. Verder waren er zit ruimten op het dek en bij mooi weer was het heerlijk varen boven op het zonnedek met uitzicht over de havens en de scheepvaart. Als het vertrektijd was ging de scheepshoorn en werden de loopplanken weggetrokken en de reling dichtgeklapt. Vaak kwamen er dan een paar late passagiers aanrennen die dan onder grote belangstelling van de overige passagiers nog net of net niet aan boord geholpen konden worden. Om de boot snel 360 graden te kunnen laten draaien zonder dat hij het andere scheepvaartverkeer uit en naar de sluis hinderde, was er een constructie bedacht van een kabel met een zware stalen veer waarmee de boot aan de kop van de steiger nog enige tijd vast bleef zitten terwijl er achteruit gevaren werd. Op deze wijze draaide het schip kort om de steiger heen. Daarna werd losgegooid en ging het voor uit de Zaan op. Bij het Vissers hop was nog een aanlegsteiger welke alleen aangedaan werd als er een sein hing als teken dat er passagiers waren. Tijdens de reis van een kleine 3 kwartier was er aan boord vaak een accordeonist die op deze wijze wat geld ophaalde en was er koffie, limonade en dergelijke te koop. Onderweg was er kaartjes controle evenals bij het verlaten van de steiger na aankomst. Verder lezen
Jacob Israël de Haan
door Ruud Meijns
Het is wel wrang om nu een Joodse man te moeten herdenken die honderd jaar geleden werd vermoord omdat hij zich het lot van de Palestijnen aantrok. Hij was een zionist die het gevaar van het extreme zionisme onderkende en er zich tegen verzette. Dat werd hem noodlottig.

Wat is de Zaan een mooie brede stroom,
Ik ben een jongen te Zaandam geweest,
Jeruzalem: zó teder, als een droom,
Herdenk ik hier mijn jeugd en elk Joods Feest.
De Bierkay
door Ruud Meijns
Net als bij de sloot van het Ruyterveer die tot de Westzijde doorliep, liep de sloot langs de Peperstraat van de Zaan naar de hoofdweg in dit geval de Oostzijde. Dat had natuurlijk alles te maken met de handelaren die hun bedrijfjes zo makkelijk konden bevoorraden.
Het was een oud gebied waar al voor 1600 gebouwd was. Er is een notariële akte waarbij iemand in 1611 verklaard dat hij al 18 jaar in de Peperstraat woonde. Het lag bij de Dam en de sluis waar veel verkeer is van mensen en goederen. Café Spitsbergen was een bekende plek waar mensen uit de scheepvaart elkaar konden vinden. Andere namen voor de Peperstraat waren: de Bierkay (naar de wijn- en bierhandelaars, die er hun kelders hadden) en Roosemarynsteegh. Verder lezen
Ruyterveer
door Ruud Meijns
Daar waar eens korenmolen ‘de Ruyter’ stond en plaats moest maken voor de Hogere Burgerschool staat nu het flatgebouw Ruyterveer (en niet Ruijterveer zoals men dat tegenwoordig meent te moeten schrijven). De Ruyter, de korenmolen stond er al in 1439 en is in 1864 gesloopt. De plek waar de korenmolen stond was goed gekozen omdat nabij een sloot lag, makkelijk voor de aanvoer van te malen goederen.
Wegsloot
door Ruud Meijns
In 1926 vierde de Nutsspaarbank in de Czaar Peterstraat haar eeuwfeest. In de krant stond, naast een lang gedicht van een tevreden spaarder een foto van het gebouw aan de Czaar Peterstraat. Wat me opviel was dat er een reling te zien was.
Op een kaart van die tijd is te zien dat er toen nog een wegsloot liep en moest men een bruggetje over om verder de Czaar Peterstraat in te kunnen.
Oorspronkelijk liep de sloot naar het noorden door naar de Westzijde maar dat deel van de sloot is al vroeg gedempt.
Naar het zuiden toe liep de sloot langs het Krimp en werd dan de dijksloot van de Hogendijk. Het deel bij het Krimp is ook al lang gedempt.
Illustraties: Gemeentearchief Zaanstad
Elektriciteit
Telefoon, fiets, laptop, auto, koptelefoon – ze moeten allemaal worden opgeladen tegenwoordig. Het is allemaal net zo vanzelfsprekend als het knopje aanklikken en er is licht in huis. Maar die energie moet ergens vandaan komen en ooit is er een begin mee gemaakt.
Voor Zaandam begon dat eind 19e eeuw. Amsterdam had in 1899 de Gemeentelijke Electriciteits Werken (GEW) opgericht. Voor Zaandam was de vraag waar ze de stroom vandaag gingen halen want een eigen centrale oprichten vond men niet rendabel. Ze kozen ervoor om Amsterdam te vragen of zij ook aan de andere kant van het water de elektrische energie wilden leveren.
Via Amsterdam-Noord kwam de kabel met hoogspanning in Zaandam aan. Er kwam geen toestemming om de kabels door het Noordzeekanaal te leggen. De gemeente had in 1914 de Gemeentelijke Electriciteits Werken (G.E.W.) opgericht en een Transformatorstation gebouwd aan de Zuiddijk voor de ontvangst van de electriciteit. Gelijker tijd werd aan de Oostkade gewerkt aan de bouw van een kantoor en werkplaatsen van de van Zaandam. Verder lezen
Rijbewijs
door Ruud Meijns
Soms zie je mensen een auto besturen en denk je ‘heb je wel les gehad?’. Dezer dagen zijn voorstellen in het nieuws gekomen die het halen van een rijbewijs en dus de rijopleiding moeten verbeteren.
In de beginjaren van de auto zo rond 1900 was het niet gebruikelijk dat er een opleiding was voor “het berijden van de wegen met een voertuig, voortbewogen door mechanische kracht en van een groter gewicht dan 150 kg.” Met de invoering van de Motor- en Rijwielwet in 1905 werd een rijbewijs verplicht om in een auto te rijden. Wie het aanvroeg kreeg een vergunning van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, maar alleen voor de Rijkswegen. Voor de Provinciale en gemeentelijke wegen waren aparte vergunningen nodig. Een rijexamen bestond nog niet. Dit is de Renault uit 1903 van de heren Laan uit Wormerveer. Het waren natuurlijk de gefortuneerden die zich een automobiel konden veroorloven en vaak werden ze nog gereden door een eigen chauffeur.
Vanaf 1927 kwam een geldig rijbewijs in gebruik waarvoor een rijexamen verplicht werd gesteld door het CBBR (Centraal Bureau voor de afgifte van Bewijsstukken van Rijvaardigheid). Het examen kostte vier gulden. Vanaf 1955 werden de eisen strenger, kwam er een leerboek en een schriftelijk theorie-examen.
De Westzijde bij Verkade 5
door Ruud Meijns
Westzijde 107
Aan het Ossenpad stond een slachthuis en daarmee hebben we ook de oorsprong van de naam van het pad te pakken.
In 1865 vroeg de heer Elias Barend van Thijn (1866-1940) bij de gemeente toestemming om aan het Ossenpad een dergelijke inrichting te mogen bouwen.
In 1896 vraagt van Thijn vergunning aan voor een ‘kiosk’ want hij gaat verbouwen en in de kiosk wil hij de verkoop laten doorgaan. Hij zal de bestaande bebouwing slopen en er een nieuw pand neerzetten. Volgens de tekening bij de aanvraag kreeg het pand aan de Westzijde deze voorgevel, zie tekening. Het gaat om twee broers die de zaak voeren namelijk Elias Barend van Thijn en Abraham Elias van Thijn.
Het jaar daarop, 1897, vraagt van Thijn vergunning aan voor het bouwen van een wagenhuis met veestalling ten noorden van het huis. Zelfs het wachthok voor de slacht krijgt nog een mooi uiterlijk. Het is een behoorlijk lange schuur met ramen aan de zijkant en een verdieping. Verder lezen
De Westzijde bij Verkade 4
door Ruud Meijns
Het Ossenpad

Twee foto’s van dezelfde plek in de Westzijde om de plek van het Ossenpad duidelijk te maken. Hierboven ziet u de Westzijde met links het pand met nummer 107. Iets daarvoor een hek van Westzijde 105. Tussen 105 en 107 loopt het Ossenpad zoals op de tweede foto rechts goed te zien. Het pand in het midden is Westzijde 105 dan het Ossenpad en dan de bebouwing van 107. Het Ossenpad wordt al genoemd in het begin van de 18e eeuw toen in 1719 slagerij de Bonte Os werd verkocht. Hier dankt het pad zijn naam aan. Verder lezen
De Westzijde bij Verkade 3
Westzijde 105
door Ruud Meijns
Het land aan de westkant van de Westzijde behoort tot het bezit van Paulus Dirkszn. de Boer, landman. In 1899 verkoopt hij een deel aan de gebrs. van Thijn. De familie van Thijn is een slagersfamilie waarvan verschillende verwanten in het slagersvak zitten. De gebrs. Van Thijn bouwen een woning zoals op de tekening te zien is.
Het is een woonhuis, gebouwd door de familie van Thijn, maar anderen hebben er ook vanuit geopereerd. Zo heeft H. Burema vanuit nummer 105 mantels en stoffen verkocht. Niet lang want in 1905 volgt een opheffingsuitverkoop.
Er volgt in 1911 een wijziging waarbij één van de broers, Abraham eruit stapt en een jongere broer Eduard, als eigenaar de plaats inneemt.
In 1921 verkopen de gebrs. van Thijn het pand aan Lambertus Westenberg, procuratiehouder te Wassenaar. In 1932 verkoopt Westenberg het geheel aan de firma Verkade die voor het gebied grote uitbreidingsplannen heeft.
Voorlopig blijft het pand nog staan en kent het verschillende gebruikers zoals in 1914 de heer M.E. van der Veen, penningmeester van het steuncomité voor de Belgische vluchtelingen. Ik denk dat de bovenverdieping en begane grond apart verhuurd werden. In 1931 maakt J.H. Op Den Velde er gebruik van voor zijn Radiocentrale. Er heeft ook nog een periode een instituut ingezeten dat HAVO heette. Ze maakten reclame voor het uittypen van ‘uw brieven vanaf 25 cent’. Maar na de oorlog neem Verkade het zelf in gebruik en plaatst er de afdeling personeelszaken in. Zoals alle andere panden is het in de jaren ’60 gesloopt. Het doet een beetje Zwitsers aan.
De Westzijde bij Verkade 2
Westzijde 103
door Ruud Meijns
Over Westzijde 103 kunnen we eigenlijk kort zijn want dat is nog steeds het adres van de firma Verkade. Waar bij de foto van meubelhuis Centrum (zie Westzijde 101) nog een toegang te zien was naar het terrein van Verkade is dat nu afgeschermd door een hek.
Voordat Verkade zich op dit adres vestigde stond hier een koffie- en bierhuis onder de naam ‘De IJsbeer’. De IJsbeer had een grote speeltuin. Het geheel was ruim 9 aren groot. In 1900 komt het geheel op een veiling. Tot 1904 worden L. Lazerus en J. de Beer als koffiehuishouder vermeld. Daarna komen er geen meldingen meer in de kranten voor.
Het etablissement was een geliefde plek voor allerlei bijeenkomsten en vergaderingen. In mei 1901 staakten de arbeiders van de fabriek de ‘Phenix’ in de Oostzijde. Uit Amsterdam werden de stakingbrekers ingezet en dat bracht de nodige onrust in Zaandam. Er kwamen zelfs Huzaren en Rijksveldwachters naar de stad om het hier rustig te houden. In koffiehuis de IJsbeer vond een vergadering plaats waar de gemeente blijkbaar niet al te gerust op de afloop was en cavalerie in de buurt hield. Toen de vergadering beëindigd was en een aantal personen onder het zingen van het Vrijheidslied door de Westzijde richting Dam wilden trekken werd handelend opgetreden. Toen er met stenen werd gegooid werden enkele charges uitgevoerd en keerde de rust weer.
Pinksterblom
door Hessel Kraaij
Bij de Zaanse Schans werd de Pinksterblom gevierd. Tijdens Pinksterblom bracht de Zaanse Kaper het oude ritueel terug, gekleed in kostuums uit de achttiende eeuw!

Een Pinksterblom of Pinksterbruid is een fenomeen uit een oud Nederlands folkloregebruik, waarbij rond Pinksteren op een voorjaarsfeest dat — toepasselijk — de viering van de pinksterblom genoemd werd, uit de ongetrouwde meisjes van de gemeenschap door de huwbare jonge mannen een bruid gekozen werd en met bloemen en een kroontje werd versierd. Dit feest wordt tegenwoordig vooral in het oosten en zuiden van Nederland en op de Waddeneilanden als kinderfeest voortgezet.
Foto. H. Kraaij
De Westzijde bij Verkade 1
door Ruud Meijns
Bij het kaartje. Dit is de Westzijde. Rechts ‘de Ruiter’, de koekfabriek van Verkade. Nu wordt dit pand door diverse instanties en bedrijfjes gebruikt, zoals de Bieb.
Aan de westkant van de Westzijde ligt een gebied tussen de Reigerstraat en het Hollandsepad met daartussen het Ossenpad. Behalve wat paden was een groot deel aan de westkant van de Westzijde weiland.
Veel van dat land was eigendom van Paulus Dirkszn. de Boer. Hij stond te boek als ‘Landman’, nu zouden we zeggen; ‘grootgrondbezitter’. Hij deed een deel van het land over aan een andere ‘Landman’ ook al zo’n ‘grootgrondbezitter’; Jacob Pieterszn. Out.
Nu wordt dit deel van de Westzijde gedomineerd door een hek waarachter de fabrieken van Verkade staan. Verder lezen




